> DOELSTELLING & PROFIEL
Het Vermeylenfonds heeft als doel sociaal-culturele activiteiten te
organiseren voor volwassenen en inspireert zich hiervoor op de figuur
en het werk van August Vermeylen.
Het fonds biedt volwassenen de kans om hun vrije tijd zinvol te
besteden.
Het biedt daartoe mogelijkheden tot sociale contacten en kansen tot zelfrealisatie
aan al wie daar interesse voor heeft.
Het voert hiertoe een actief vrijwilligersbeleid.
Het baseert zich hiervoor op drie pijlers:
De socialistische pijler:
streven naar een sociaal en cultureel hoogstaande samenleving volgens de kritische traditie van het
filosofisch en democratisch socialisme;
De vrijzinnige pijler:
vorming en ontwikkeling van de mens in de traditie van het ondogmatisch denken en het vrij onderzoek;
De Vlaamse pijler:
vorming en ontplooiing van een eigen culturele identiteit, in alle openheid voor en in contact met andere
culturen (zie August Vermeylen: om iets te zijn moet men Vlaming zijn, wij willen Vlamingen zijn om
Europeërs te worden).
Kernpunten bij dit alles zijn: pluralisme, interculturaliteit, sociale emancipatie en actuele ethische
vraagstukken.
Pluralisme staat hier voor intern pluralisme wat betekent dat alle
democratische visies overwogen of getoetst moeten worden. Men wijst geen standpunten of visies af juist
omdat die vanuit een andere ideologie of levensbeschouwing komen; ook andere strekkingen of ideologieën
kunnen interessante ideeën of visies hebben. Intern pluralisme betekent dus dat er een interactie is tussen
verschillende ideologieën, religies e.d.
Interculturaliteit staat tegenover het meer gebruikte begrip
multiculturaliteit dat de samenleving ziet als een geheel waarin verschillende culturen naast elkaar leven.
Interculturaliteit staat voor interactie tussen de culturen. De interculturele activiteiten van het
Vermeylenfonds zijn dus gericht op de wisselwerking tussen de culturen met het oog op het tot uiting brengen
van diversiteit en emancipatorische processen. Vb.: theaterproject in Tienen met Romazigeuners: de (amateur)
acteurs zijn zowel autochtonen als asielzoekende Roma.
Door sociale emancipatie wil het Fonds elke vorm van bevoogding vermijden.
Daarom kunnen voor het Vermeylenfonds levensbeschouwing, politiek, … en sociaal-culturele werking slechts
samengaan indien ze gelijkwaardige partners zijn met wederzijdse bevruchting.
Wat de actuele ethische vraagstukken betreft, behandelt het Fonds de nieuwe
bevindingen van de menswetenschappen die kunnen aanleiding geven tot het herzien van het mensbeeld en de
aanpassing, verfijning en verbetering van ethische normen.
Een samenleving verandert constant: economische globalisering, nieuwe culturele invloeden (via de
aanwezigheid van andere etnisch culturele groepen), nieuwe media… Door die veranderingen staat een
vastgeroest begrip van de samenleving voortdurend onder druk. Het sociaal-culturele werk heeft de taak die
druk te beïnvloeden ten gunste van het samen-leven. Dit is wat August Vermeylen destijds bedoelde in De
Taak: de samenleving (een cultuur) moet groeien van binnen naar buiten en niet zoals in een verzuilde
samenleving van boven naar onder.
> WERKING
Het Vermeylenfonds vzw is erkend door de Vlaamse Gemeenschap als vereniging voor
sociaal cultureel volwassenenwerk en groepeert plaatselijke afdelingen, verspreid over Vlaanderen en
Brussel. Deze organiseren sociaal-culturele activiteiten in de breedste zin van het woord. Van
poëzievoordracht tot concert, van volksspelen tot debat, van tentoonstelling tot toneelvoorstelling, van
lokale uitstappen tot internationale culturele reizen,…
Het Vermeylenfonds is ook vertegenwoordigd in allerlei overkoepelende organisaties zoals de Unie voor
Vrijzinnige Verenigingen en de Federatie van Organisaties voor Volksontwikkelingswerk. Het werkt ook mee aan
de TV-uitzendingen van Lichtpunt. Zelf verzorgt het
Vermeylenfonds 12 radio-uitzendingen per jaar uitgezonden op
Radio 1 over onderwerpen die het Vermeylenfonds aanbelangen. Jaarlijks organiseert het ook binnen- en
buitenlandse
uitstappen en vormingsactiviteiten. Het Fonds verzorgt ook de uitgave van het
driemaandelijkse ledenblad De Nieuwe Gemeenschap en tal van regionale tijdschriften.
> BESTUUR Vermeylenfonds 2010
Dominique Verté * (algemeen voorzitter)
Wim Vandenbussche *(algemeen secretaris)
Marc Mortier * (algemeen adjunct secretaris)
Marc De Coninck * (algemeen penningmeester)
Pascal Bouquet*
Paul Pataer *
Johan Soenen *
Raymond Vervliet *
Arsène Van Eenaeme
Roland Laridon
Greet Pernet
Yvonne Sercu
Pierre Steenhoudt
Jan Truyts
Ivo Carlens
Ivo Van Akelijen
Etienne Vercarre
Jan Herman
*zijn lid van het dagelijks bestuur
> ONTSTAAN & GESCHIEDENIS
Het Vermeylenfonds werd opgericht op het einde van de Tweede Wereldoorlog. De aanleiding was het overlijden van de letterkundige en intellectueel August Vermeylen. Hij schreef immers vlak vóór z’n overlijden het opstel ‘De Taak’, dat als “missie” zou dienen voor de nieuwe vereniging. Dit opstel was ongetwijfeld geïnspireerd door de gruwel van de oorlog.
Kort samengevat kwam dit neer op een streven naar “een samenleving waarin iedereen de mogelijkheid heeft – voor zover zijn natuur het toelaat – een “mens” te zijn in de volledigste en edelste betekenis van het woord”.
In Vlaanderen moet deze doelstelling nagestreefd worden door de verdieping van de cultuur want “een volledige cultuur wordt niet uit de grond gestampt: zij groeit, groeit van binnen naar buiten.
In trouwe samenwerking kan iedereen er het zijne toe bijdragen”.
v.l.n.r.
Achilles Mussche
August Vermeylen en F. Toussaint
van Boelaere, in conversatie
Raymond Herreman
afbeeldingen uit collectie AMVC,
Letterenhuis Antwerpen
Vanuit deze ‘missie’ is het vanzelfsprekend dat de statutaire stichters – Achilles Mussche, Fernand Toussaint van Boelare, Reimond Herreman en Oscar De Swaef – een pluralistische vereniging voor ogen hadden. De stichtende leden waren inderdaad van alle strekkingen. Het lukt het Vermeylenfonds om gedurende meer dan 10 jaar een pluralistische werking te handhaven. In die periode was de activiteit vooral toegespitst op nationale manifestaties zoals congressen, studiebijeenkomsten en publicaties over algemeen culturele onderwerpen zoals de Vlaamse Beweging, de taal (o.a. de promotie van het ABN), toneel, literatuur en kunst.
Het vooroorlogse verzuilde denken herstelde zich opnieuw gedurende de jaren 50. Voor pluralisme was geen plaats meer. Het Vermeylenfonds werd steeds meer als socialistisch fonds naast het liberale Willemsfonds en katholieke Davidsfonds geplaatst. In 1961 kon men niet meer om de feiten heen en erkende het Vermeylenfonds zich tot de socialistische strekking evenwel buiten elk (politiek) partijverband. Vanaf dan begon het Vermeylenfonds – naar analogie met het Davidsfonds en het Willemsfonds – met de uitbouw van plaatselijke afdelingen.
Toen in 1966 Achilles Mussche ontslag nam als voorzitter ontstond er een discussie over het profiel en de verdere actie van het Vermeylenfonds. De groep met Aloïs Gerlo als woordvoerder won. Hierbij werd gesteld dat de werking onafhankelijk van om het even welke belangengroep moest worden verdergezet. Aloïs Gerlo werd de nieuwe voorzitter. Hij zag het als zijn taak om het Vermeylenfonds verder uit te bouwen op plaatselijk vlak. Tevens richtte hij samen met het Davidsfonds en het Willemsfonds het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen op, een drukkingsgroep met als doel de federalisering van België te verwezenlijken.
In 1976 werd het Vermeylenfonds door de overheid erkend als
organisatie voor sociaal-cultureel werk voor volwassenen in verenigingsverband.
Overeenkomstig het decreet en de uitvoeringsbesluiten
werd bijkomend personeel aangeworven. Door zijn onafhankelijke
opstelling – los van elke partij of van andere belangengroepen – was
het Vermeylenfonds voor de financiering aangewezen op eigen
middelen die het niet had. Daarom werd in de schoot van het Vermeylenfonds
een boekhandel ‘nv Aksent’ opgericht die op zijn beurt
gefinancierd werd door het uitschrijven van interne leningen. Beide
financieringsmiddelen hadden niet het verhoopte succes, zodat begin
1977 al het personeel werd ontslagen.
De werking werd voorlopig uitsluitend waargenomen door vrijwilligers.
In april 1978 werden twee personeelsleden – tewerkgestelde werklozen
– aangeworven. Door een strikt financieel beleid en door de
inspanningen van de overheid om de subsidies als voorschotten uit te
betalen, kon het Vermeylenfonds zich financieel handhaven.
Een volledig onafhankelijke en autonome opstelling van het Vermeylenfonds bleek niet houdbaar. Daarom trad het Vermeylenfonds begin de jaren 80 toe tot de Unie van Vrijzinnige Verenigingen, de CSC-koepel (effectief lid) en de Vrijzinnige koepel (toetredend lid). Voortaan zou het Vermeylenfonds zich profileren als een autonome vereniging wiens werking gebaseerd is op drie pijlers: de Vlaamse, socialistische en vrijzinnige pijler.
Op het congres van 1989 werden verschillende werkgroepen
opgericht om het imago van het Vermeylenfonds te vernieuwen.
Dit resulteerde in een nieuwe huisstijl. Op het vlak van de
inhoudelijke werking werd vooral gezocht naar vernieuwende
activiteiten aangepast aan de hedendaagse interesses.
Op basis van deze vernieuwing werden ook de statuten van het
Vermeylenfonds grondig gewijzigd (verschenen in 1997)
en er werd ook een huishoudelijk reglement opgesteld.
De nadruk van die wijziging lag op grotere inspraak
en participatie van de afdelingen aan het algemeen beleid.